Met de aanbesteding van een nieuw windpark in de Prinses Elisabethzone in de Noordzee staat niet alleen de toekomst van hernieuwbare energie op het spel, maar ook de strategische onafhankelijkheid van Europa. De nieuwe Europese Net-Zero Industry Act (NZIA) legt strenge regels op om afhankelijkheid van Chinese technologie te beperken.
De nieuwe Europese Net-Zero Industry Act regels
De NZIA is een antwoord op de lessen uit het verleden. De Europese Commissie wil onder meer vermijden dat het scenario van de zonnepanelen zich herhaalt. In een mum van tijd werd die industrie in Europa weggeconcurreerd door goedkopere Chinese producten. Voor windenergie wil Europa nu proactief handelen:
- Maximaal 25% van de turbines mag uit China komen.
- Chinese aandrijfsystemen zijn uitgesloten voor minstens 75% van de turbines.
- 15% van de permanente magneten moet uit andere landen komen (nu haalt Europa 93% uit China).
- Strenge ecologische normen en cyberveiligheidseisen om sabotage te voorkomen.
België heeft twee opties bij de veiling van de PEZ:
- Harde voorwaarden opleggen bij de concessieveiling.
- Kwalitatieve criteria meewegen, zoals duurzaamheid en onafhankelijkheid, naast de biedprijs.
De prijs van onafhankelijkheid
Mathias Verkest, CEO van Otary, benadrukt dat de keuze voor Europese leveranciers niet zonder gevolgen blijft. “Je kan onderdelen elders halen, maar dan gaat de prijs wel omhoog,” stelt hij. Het is een realistische waarschuwing: door de afhankelijkheid van Chinese technologie te verminderen en in te zetten op Europese spelers zoals Vestas en Siemens Gamesa, zullen de kosten voor de ontwikkeling en bouw van windparken onvermijdelijk stijgen. Toch wegen de langetermijnvoordelen zwaarder dan de korte termijn investering.
Energieonafhankelijkheid is een van de grootste winstpunten. Door te investeren in lokale en Europese windenergie versterkt België zijn strategische positie in een wereld waar energiezekerheid steeds belangrijker wordt.
Chinese investeringen: Aantrekkelijk, maar delicaat
De afgelopen jaren zijn Chinese turbineproducenten zoals Goldwind en Mingyang steeds vaker in Europa opgedoken. Vermoedelijk liggen hun prijzen tientallen procenten, soms zelfs de helft, lager dan die van gevestigde westerse fabrikanten. Voor ontwikkelaars die kampen met stijgende kosten en mislukte concessieveilingen, zijn deze Chinese opties dan ook bijzonder aantrekkelijk. Toch kleven er belangrijke risico’s aan.
In heel Europa speelt de vraag hoe om te gaan met Chinese leveranciers, die enerzijds economische voordelen bieden, maar anderzijds vragen oproepen over eerlijke concurrentie, economische veiligheid en het risico op sabotage. Nederland, bijvoorbeeld, lanceerde recent een grote offshore concessieveiling van 1 gigawatt en overweegt harde voorwaarden op te leggen als leveranciers uit derde landen risico’s vormen voor cyberaanvallen.