Bouw laatste en grootste offshore windpark in de Noordzee schiet uit de startblokken

De Innovation vertrekt vanuit de “Maasvlakte 2” haven in Rotterdam naar de SeaMade concessie voor de constructiewerken in de Noordzee. Het SeaMade project is het 8e en het grootste windpark in de Belgische Noordzee. 

De topsides van het onderstation en de inter-arraykabels zullen geïnstalleerd worden in de lente van 2020. De constructie van de torens en de gondels op de funderingen zullen dan vervolgens van start gaan in de zomer van 2020. 

SeaMade is een combinatie van 2 offshore windprojecten in de Belgische Noordzee, voorheen bekend onder de naam Seastar (252 MW) en Mermaid (235 MW). Het project, gebouwd in de Belgische Noordzee op zo’n 40 à 50 km verwijderd van de Oostendse kust, omvat 58 turbines van 8.4 MW goed voor een totale capaciteit van 487 MW en is bijgevolg het grootste windpark ooit gebouwd in België en in de Belgische Noordzee. 

Vanaf 2020 zal SeaMade duurzame energie leveren aan 500.000 huishoudens. Bijgevolg zal hiermee een uitstoot van 600.000 ton CO2 vermeden worden. 

Mathias Verkest – CEO SeaMade: “We zijn erg trots dat SeaMade het Belgische offshore windvermogen tegen 2020 op 2.262 MW brengt en zo zal voldoen aan de verwachtingen van de Belgische federale overheid. Deze capaciteit zal jaarlijks meer dan 8 TWh produceren, goed voor ongeveer 10% van de totale elektriciteitsvraag en 50% van het totale huishoudelijk verbruik. Niettegenstaande de beperkte oppervlakte van de Belgische Noordzee is België toch de vierde grootste producent van offshore wind wereldwijd. Na 2020 kan de offshore windenergiecapaciteit in de Belgische Noordzee verder worden ontwikkeld en verdubbeld worden tot minstens 4.000 MW. We hebben er het volste vertrouwen in dat er oplossingen worden gevonden die een adequate en tijdige netwerkconnectie mogelijk maken voor deze tweede ronde aan offshore windprojecten in België.“

Luc Vandenbulcke – CEO Deme NV: ”Na maanden van zorgvuldige planning en engineering is het fantastisch dat de werken op zee van start gaan voor het grootste offshore windpark in België”, zegt Luc Vandenbulcke, CEO van DEME. “Voorlopig is dit het laatst windpark in de Belgische Noordzee. Doordat ons land een koploper is wat betreft offshore windenergie, hebben we inmiddels een toonaangevende groep van Belgische bedrijven die betrokken zijn bij de bouw van offshore windparken over de hele wereld. We kijken er naar uit om samen met onze partners en alle stakeholders het SeaMade-project te realiseren en we zijn ervan overtuigd dat onze gecombineerde expertise ook in de toekomst een belangrijke rol kan spelen in de ambitie van België om de offshore windcapaciteit tegen 2025 te verdubbelen tot 4 GW." 

Project specifiteiten 

Funderingen en inter-arraykabels 

De monopile funderingen zijn tot 80 meter lang, hebben een gemiddeld gewicht van bijna 1000 ton en een buitendiameter van 8,0 meter. De verbinding met de overgangsstukken vindt plaats via een voorgespannen flensverbinding. De stalen funderingen worden beschermd tegen corrosie via een combinatie van ICCP (impressed current cathodic protection), coatings en corrosietoeslag, afhankelijk van de verschillende zones. 

Op elke afzonderlijke monopile-locatie is een enkele laag erosiebescherming geïnstalleerd. 

De 33 kV AC, ontworpen en geleverd door JDR, verbindt elke WTG met het relevante offshore-onderstation in doorgeluste kabels. 

Wind Turbines

In de concessiezone van Mermaid en Seastar worden 28 respectievelijk 30 Siemens Gamesa windturbines type SG-8.0-167 geïnstalleerd, met een Power Boost tot 8,4 MW. De turbines worden ondersteund door een toren met een totale lengte van ongeveer 90 m en een diameter van 6,0 m onderaan, en zijn eveneens verbonden via een geboute flensverbinding met het transitiestuk. 

Exportkabel 

Beide windparken worden via twee 220-245 kV XLPE 800 mm² aluminium onderzeese hoogspanningskabels verbonden met het Belgische modulaire offshore-net. De zogenaamde exportkabels hebben een gecombineerde lengte van ongeveer 28 km en een kabeldiameter van ongeveer 247 mm met een gewicht van ongeveer 96,4 kg per strekkende meter. De exportkabels zijn ontworpen en geleverd door Hellenic Cables. De installatie ervan zal gebeuren door DEME met het kabellegschip “Living Stone”. 

Onderstations 

Elk van de twee windparken van het Project, Mermaid en Seastar, zal zijn eigen offshore onderstation hebben. Dit onderstation zal de geproduceerde elektriciteit verzamelen, omzetten van 33 kV naar 220 kV en het zal het zo exporteren naar het Belgische offshore-net die beheerd wordt door Elia System 

Operator NV, de transmissiesysteembeheerder. ENGIE Fabricom, Tractebel, Smulders en Geosea bouwen verder op hun succesvolle samenwerking in tal van eerdere offshore windparken en zijn verantwoordelijk voor de volledige EPCI van de onderstations, inclusief engineering, inkoop, constructie, transport, installatie en inbedrijfstelling.