Tijdens de recente Noordzeetop eind januari in Hamburg hebben negen Noordzeelanden, waaronder België, een overeenkomst ondertekend: tegen 2050 wil men 300 gigawatt aan offshore windenergie produceren, bijna een vertienvoudiging ten opzichte van vandaag. Ook opvallend: 100 gigawatt daarvan zal bestaan uit gezamenlijke grensoverschrijdende projecten, waaraan meerdere landen deelnemen. Een mooi signaal naar samenwerking over de landsgrenzen heen.
Maar bovenal belangrijk: er zou meer plannings- en investeringszekerheid ontstaan voor de sector. Ook na 2030 zullen er immers door de overheden nog veilingen voor offshore windparken worden uitgeschreven, zo werd beloofd.
Voor België betekent dit niet alleen een kans om de energietransitie te versnellen, maar ook een unieke mogelijkheid voor burgers om hier actief aan deel te nemen via ECO2050.
Behalve premier Bart De Wever was voor België minister van Noordzee Annelies Verlinden aanwezig. Zij benadrukte opnieuw dat ons land een van de drijvende krachten is achter een veilige, geïntegreerde en strategisch sterke Noordzeeregio.
9,5 miljard euro aan nieuwe investeringen tegen 2030
De offshore windsector belooft op haar beurt tegen 2030 9,5 miljard euro te investeren in nieuwe productiecapaciteit in Europa. Voor ECO2050 en haar coöperanten betekent dit dat er grotere kans is om te participeren in grootschalige, grensoverschrijdende windparken, zoals de toekomstige Prinses Elisabethzone. Dit versterkt niet alleen de lokale energietransitie, maar biedt ook financiële en maatschappelijke voordelen voor elke deelnemer.
Door te investeren in coöperatieve vennootschappen zoals ECO2050, kunnen alle Belgen deelnemen aan de uitbouw van offshore windparken, zoals nu reeds gebeurt bij Rentel en SeaMade. Als coöperant ontvang je niet alleen een stabiel financieel rendement, maar draag je ook bij aan een duurzame toekomst, en kun je zelfs 100% groene stroom afnemen via Aspiravi Energy.